In mijn afstudeerproject onderzoek ik de relatie tussen persoonlijke verandering, geloof en visuele balans. Het werk bestaat uit twee delen: een groot getuft tapijt waarin de abstracte vormen van Mondriaan overgaan in islamitische patronen, als verbeelding van mijn eigen transitie van Nederlandse achtergrond naar het islamitische geloof. Het tapijt loopt van de vloer over in de muur, als symbool voor die innerlijke beweging.
Daarnaast maakte ik een serie van drie kleinere tapijten, elk gebaseerd op een gewoonte of fase uit mijn leven: het gebruik van alcohol (Heineken), de nadruk op uiterlijk (Kruidvat), en het roken (Shell). De ontwerpen zijn opgebouwd uit abstracte geometrische vormen die op het eerste gezicht in balans lijken, maar in werkelijkheid instabiel zijn – net als hoe die periodes voor mij voelden: van buiten kloppend, van binnen zoekend.
Mijn werk gaat over reflectie, over loslaten, en over opnieuw kiezen. Ik zie mijn tapijten als visuele dagboeken, waarin patronen en ritme symbool staan voor persoonlijke groei. Geen oordeel, geen spijt – maar een uitnodiging tot bewustwording.