Wie mag zitten en wie wordt gezien?
In 'Niet op onze stoelen zitten a.u.b.' onderzoekt Brennah Alfonso hoe een alledaags object een drager kan worden van herinnering, familiegeschiedenis, aanwezigheid en positie. De installatie bestaat uit vier bewerkte witte monoblocstoelen: drie reguliere stoelen en één kinderstoel. Op de stoelen zijn gescande foto’s uit haar familiearchief aangebracht. Ze tonen haar overgrootmoeder, oma, moeder en zichzelf, maar ook huizen, familieleden, buren, feesten en alledaagse momenten van samenzijn.
De monoblocstoel is wereldwijd herkenbaar als goedkoop, stapelbaar en functioneel object. Voor Brennah is deze stoel niet leeg of anoniem. Op Curaçao kent zij hem van veranda’s, lokale restaurants, wachtruimtes, familiebezoeken, buiten zitten in de schaduw en tafels waar domino wordt gespeeld. De stoel hoort bij momenten van wachten, praten, eten, lachen en samenkomen.
Door beelden van zwarte Curaçaose vrouwen uit haar familielijn op de stoelen te plaatsen, verschuift de functie van het object. De stoel blijft herkenbaar, maar kan niet meer vanzelfsprekend gebruikt worden. De foto’s bewegen over de zitting, rugleuning, poten en randen. Zo wordt het familiearchief geen decoratie, maar onderdeel van het lichaam van de stoel.
De titel klinkt als een praktische museumregel, maar opent een grotere vraag over plaats innemen, toegang en zichtbaarheid. Wat normaal op de achtergrond staat, wordt hier een plek van archief, aanwezigheid en erkenning.